Dat de drie broertjes Followill en hun neef Matthew ooit nog aan de kop van festivalaffiches zouden staan, konden we echter al ten tijde van Youth & Young Manhood voorspellen. De Followills leken immers voorbestemd om rockgoden te worden. De meeste bands doen het door minstens een bandlid te hebben dat de nodige consternatie veroorzaakt. Jim Morrison slikte LSD alsof het drop was, Bon Scott stierf in zijn eigen kots, Dave Mustaine stampte maatje Hetfield door een raam en Ozzy piste samen met zijn voltallige groep tegen een monument en beet vleermuizenkopjes af, maar geen van hen startte met een verhaal dat zo intrigerend was als dat van de Followills.
Jarenlang met je religieus orthodoxe vader doorheen het land trekken om aan huis te gaan prediken bij mensen die liever de deur tegen je gezicht zouden dichtsmijten en na 's mans scheiding uit het niets als rockband de wereld bestormen met nietszeggende songteksten over vrouwen en seks; de pr-consultant die daar geen raad mee weet, zoekt beter een andere job. We zijn nu echter al aan het vierde album toe. De lange haren zijn weg, de hippiesnorren en -baarden ook en de muziek heeft een stevige U2-injectie gekregen. Het is gedaan met de Southern rock van weleer - het grote doel wordt nu gevormd door grote stadia en festivals die niet minder dan tienduizenden mensen aantrekken. Het is een evolutie die zich vooral jaar al inzette met Because of the Times en die de band nu heeft voltrokken. De Strokes en - vooral - de Allman Brothers zijn herinneringen uit het verleden, want Kings of Leon heeft nu ook de rock ontdekt die na de jaren zeventig is geschreven en maakt dankbaar gebruik van de nieuwe vondst.
Het leidt allemaal tot de opener Closer, waarop ‘spacey' geluidjes en even later een vette, simpele baslijn, stevig maar ingehouden drumwerk, een jankende gitaar en veel feedback de fundamenten leggen voor Calebs doorleefde vocalen. De man is misschien geen grootse zanger, maar de overtuiging waar hij mee zingt heeft wel iets, net als zijn karakteristieke klankkleur. Bovendien is hij wel degelijk gegroeid als muzikant, waardoor hij de luisteraar gemakkelijk met zijn lichtjes hypnotiserende refrein meezeult. Het wordt nog beter, want het smeuïge Crawl doet sterk denken aan Led Zeppelin, ook al wordt het technisch niveau van de Zeps nergens gehaald. Caleb klinkt als een kruising tussen Ozzy, Perry Farrell en Robert Plant, maar dan met een ruw kantje, en weet wanneer hij het kan maken om zijn zanglijnen even te laten slepen. Ja, zijn vreemde accent is nog steeds op het appel, en de poging om de tekst eens wat diepzinniger te maken (de song zou handelen over de Amerikaanse politiek) faalt volledig, maar dit is wel een lekkere rocksong die ook nog eens gemakkelijk in het gehoor ligt en dankzij zijn radiovriendelijkheid ook de zo gegeerde bakvisjes wel eens geïnteresseerd zou kunnen krijgen.
Sex on Fire doet wat denken aan Soft van twee albums terug en kent een gemakkelijk in het gehoor liggend refrein dat perfect geschikt is voor Calebs stem. Het is new wave vermengd met Britse rock à la Police dat de ingrediënten in de juiste proporties gebruikt en veel te vlug gedaan is, waardoor muziekliefhebbers met getrainde oren zich afvragen wat een progressievere band en betere muzikanten hier nog had van kunnen maken. Met wat meer instrumentaal getover had dit een pareltje kunnen worden, maar Kings of Leon kunnen of willen de hogere muzikale kunsten niet verkennen... en verzekeren zich zo van veel meer uitzinnige fans. Ja, de muzikale omlijsting verraadt de nodige bagage, maar het wordt nergens teveel voor wie complexiteit gelijkstelt aan ‘gepingel' en dus zal ook deze song ongetwijfeld zijn weg naar de radiostations opnieuw en opnieuw weten te vinden.
Toch is niet elk nummer even sterk. Vooral in het midden van het album weten de Kings of Leon niet de subtop te overstijgen, ook al zorgt Use Somebody dankzij een beproefde maar effectieve opbouw en Calebs aanvoelen voor de juiste klemtonen op het juiste moment bijna voor de nodige kippenvelmomenten. Manhattan is een goede song, maar klinkt ook als iets wat we al vaker gehoord hebben, Revelry is iets te saai en komt nooit tot aan de hielen van onvergetelijke rockballades als Sweet Child o' Mine en 17 klinkt te weinig gefocust, met teveel cimbalenwerk en de verkeerde gitaareffecten. De iets meer experimentele helft laat echter wel horen dat deze jongens wel iets kunnen, waardoor Notion - mede dankzij een simpele maar leuke pianolijn - erg genietbaar is. I Want You is een leuke track waarop zowel de hi-hat als de koebellen en de basgitaar goed maar net iets te lang gebruikt worden (iets meer afwisseling was beter geweest, al zorgt de gitaar daar gelukkig gedeeltelijk voor), Be Somebody klinkt bij momenten vrij boeiend en Cold Desert is een rustige afsluiter waar net genoeg in gebeurd om het allemaal interessant te houden.
Only by the Night is een goed album geworden, dat echter net niet consistent genoeg is om van een grootse schijf te spreken. De Kings of Leon verleiden vaak wel, maar lijken dan te stoppen voor ze zichzelf kunnen overstijgen. Is het omdat ze niet kunnen, of is het omdat ze weten dat deze aanpak hen uiteindelijk meer geld zal opleveren? We weten het niet, maar een ding is zeker: Only by the Night zal hun status als rockhelden enkel vergroten. De radiostations zijn overstag gegaan en een band die voor een breed publiek speelt, heeft maar enkele uitstekende songs nodig om nog meer fans aan te trekken. Uitstekende nummes die de Kings of Leon zeker wel hebben. ***
Meer info:www.kingsofleon.com
Dirk Vandereyken
Video's van Kings of Lion vind je hier: http://myplay.com/videos/kings-of-leon/sex-on-fire
| < Vorige | Volgende > |
|---|


