Woody Allen voor de eerste maal in België. Als klarinettist wel te verstaan, mét zijn jazzband. Een unieke gebeurtenis Vrijdag 21 december 2007 - 20u - Paleis voor Schone Kunsten - Henry Le Boeufzaal
Op 21 december staat Woody Allen op de planken van het Paleis voor Schone Kunsten! Meteen de eerste maal dat hij als muzikant naar België komt. Dat hij een filmmaker is met uitgesproken voor- en tegenstanders weten we allemaal. Dat de soundtracks van zijn films steevast bulken van swingende jazzdeuntjes is ook al geen staatsgeheim. Maar niet iedereen weet dat hij aardig overweg kan met een klarinet. In de documentaire Wild Man Blues kon je hem al aan het werk zien tijdens zijn eerste Europese tournee in 1996, samen met de New Orleans Jazz Band die hij ook nu meebrengt. Verwacht je niet aan spitse grappen en oneliners. Maar wie wel pap lust van een portie onversneden jazz oude stijl wordt op zijn wenken bediend.
Woody Allen & New Orleans Jazz Band
Muzikale leiding: Eddie Davis
Prijs: € 70,00 - 60,00 - 50,00 - 35,00
Informatie en reservatie: 02 507 82 00
Woody Allen en jazz: een levenslange passie
Woody Allen wordt geboren als Allen Stewart Konigsberg in een Newyorkse buitenwijk
van Brooklyn, in het midden van de jaren '30. Gedurende zijn hele kindertijd
luistert hij naar de radio. "Thuis hadden we vier of vijf radio's. Je moest
er maar één aanzetten en er hing prachtige muziek in de lucht,
gespeeld door fantastische vertolkers". Als cineast zou Woody Allen een
indringende hommage brengen aan deze periode, met zijn film Radio Days uit 1987.
Deze onuitwisbare herinneringen bepalen de soundtrack van de meeste van Woody
Allens films, die steevast standards bevatten van de jaren '20 tot '40. In deze
gouden jaren van de jazz en van de big bands zag ook de musical het licht, een
genre dat de banden tussen Broadway en Hollywood dichter aahaalde.
Het leven en het oeuvre van Woody Allen zitten boordevol referenties aan de
muziek en haar idolen. Ooit bekende de cineast dat hij, moest hij geen auteur,
acteur en cineast zijn geworden, basket- of baseballspeler had willen zijn;
vanaf het moment dat zijn lichamelijke conditie het zou laten afweten, zou hij
de rest van zijn bestaan invullen met muziek. In 1984 zei hij in een interview
met Le Nouvel Observateur dat hij graag een groot musicus was geweest, een Sidney
Bechet, een Arthur Rubinstein of een Charlie Parker. De protagonist uit Take
the money and run speelt cello in een plaatselijke fanfare, terwijl de held
van Zelig zich voordoet als de broer van Duke Ellington: de jazz loopt als een
sterke rode draad door Woody Allens oeuvre. Zo bekent Jeff Daniels aan Mia Farrow
in The purple rose of Cairo dat hij graag muzikant zou zijn, dat hij de ambitie
koestert een groot cellist te worden. In Sweet and Lowdown uit 1999 verhaalt
Woody Allen dan weer het vreemde lot van een gangster-gitarist, vertolkt door
Sean Penn, wiens carrière niet uit de startblokken raakt wegens het monopolie
van Django Reinhardt, een ander idool van de cineast.
Na de sopraansax te hebben uitgeprobeerd, wordt Woody Allen klarinettist op
zijn vijftiende. Hij kan geen noten lezen maar slaagt erin in om een aantal
lessen mee te pikken van Gene "Honey Bear" Sedric, een vriend van
de grote Fats Waller. In het begin van de jaren '70 probeert Woody Allen zijn
instrumentale kunnen uit in de Michael's Pub in Manhattan, als lid van het New
Orleans Funeral and Ragtime Orchestra. Toch staat hij er nooit op de concertaffiche,
omdat hij het podium slechts beklimt als zijn humeur het hem ingeeft. Hij is
er wél op het moment dat zijn film Annie Hall vier oscars in de wacht
sleept, in 1978. Vanaf dan groeit de eenvoudige club, waar Woody Allen al een
kwarteeuw musiceert, uit tot een van de populairste toeristische trekpleisters
van de jaren '80 en '90. Iedereen wil de ster in levende lijve aan het werk
horen. In 1996 verhuist hij echter naar het Café Carlyle in het gelijknamige
Newyorkse hotel, waar hij samen met zijn kompanen dixieland speelt, de jazzstijl
die hij ooit omschreef als een "bad van honing". Een eerste, 23 dagen
durende tournee in februari 1996 voert het orkest naar 18 Europese steden, met
als hoogtepunt een onvergetelijk concert in de Parijse Olympia. Barabara Kopple
vereeuwigt deze ervaring in de documentaire Wild Man Blues.
Muziek heeft altijd een grote rol gespeel in het leven en in de films van Woody
Allen. Zelfs zijn pseudoniem zou hij hebben gekozen als een hommage aan saxofonist-klarinettist
Woody Herman, een van zijn allergrootste idolen. Ook Satchel, de zoon van Woody
Allen en Mia Farrow, draagt een naam die verwijst naar een van de muziekgoden
van zijn vader: Satchmo alias Louis Armstrong. De naam Bechet koos Woody Allen
dan weer voor zijn dochter (uit zijn relatie met Soon Yi), en is een verwijzing
naar Sidney Bechet. In 1973 bundelt Woody Allen zijn talenten en schrijft hij
zelf de soundtrack voor Woody and the robots (een sciencefictionfilm !), die
hij laat uitvoeren door het Orleans Funeral and Ragtime Orchestra (waarin hij
zelf meespeelt) en door de Preservation Hall Jazz Band, een authentieke groep
zestigers gespecialiseerd in New-Orleans. Achteraf verklaart de regisseur: "
Het leukste aan deze film waren de muziekopnames."
De muzikale voorkeur van Woody Allen is altijd uitgegaan naar de traditionele
jazz met zijn melodische ritmiek, en minder naar de virtuoze improvisatoren
voor wie Dizzy Gillespie het pad effende. Als musicus ziet Woody Allen zich
eerder als een vertolker dan als een vernieuwer. Zijn persoonlijke klarinetstudie
is dan ook gericht op een zo perfect mogelijke reproductie van de sound van
de vroegste jazz. Ooit reageerde hij geprikkeld wanneer men hem omschreef als
iemand "wiens muzikale groei plots stopt bij de New-Orleans en de dixieland".
Woody Allens encyclopedische muziekkennis komt tot uiting in de specifieke kleuren
en stukken die hij kiest voor zijn originele soundtracks: muziek uit alle genres
en in alle toonaarden. Voor deze doorgewinterde melomaan is de muzikale klok
blijven stilstaan rond 1950, de periode waarin de rock opgang maakt. Dat "oorverdovende
gebulder" nagelt hij trouwens aan de schandpaal zodra hij daar de gelegenheid
toe krijgt. Maar met humor. Altijd met humor.
Naar Jean-Philippe Guerand
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Please wait...